Reisverslag Bosnië Mei 2014 door Suze

Alles Kwijt

Stel je voor, je huis is leeg, en waar eerst je zorgvuldig uitgekozen meubeltjes stonden, ligt nu modder. Je meubels liggen nu buiten, voor aan de weg, om opgehaald te worden. Alles ligt er, want niets heeft de modderstroom doorstaan.

Je meubels worden afgevoerd, naar grote brandstapels. Alles wordt verbrandt om eventueel besmettingsgevaar of nare bacteriën geen kans te geven. Je ziet alles in rook opgaan.
Je blijft achter met een leeg huis. Spaargeld heb je niet, want je inkomen is net genoeg om de maandelijkse kosten te kunnen betalen, een inboedelverzekering heb je nooit kunnen afsluiten.

Je leeft voor een groot deel van de opbrengsten uit je moestuin, maar de moestuin is opgeslokt door de kolkende massa. Waar ooit je met trots gekweekte boomgaard stond, staat nu water en afgebroken bomen, alles is vernietigd. De oogst die je vorig jaar had verwerkt in weckflessen is kapot gegaan tijdens de overstroming, de oogst van dit jaar heeft het niet overleefd, en ook de bomen die nog jaren mee moesten gaan hebben het niet gered.

De moed zakt je in de schoenen. Het enige wat je kunt doen is schoonmaken, en tijdens het schoonmaken probeer je oplossingen te bedenken, maar die zijn er niet.
Je had een hond, en een kat. De buren hadden koeien, kippen en varkens. Alles is dood. En dat vind je eigenlijk nog het ergste. Want ook al was het “maar” een hond, het was wel je maatje.

We hebben heel veel indrukwekkende dingen gezien, en waar ik eerst een beetje huiverig was voor de reactie op ons aanbod van dierenvoer, waren de mensen allemaal heel dankbaar voor de hulp. Trots lieten zij zien wat ze nog wel hadden, of verdrietig toonden ze hun misère. In sommige dorpen was 80% van de dierenpopulatie verdronken, huisdieren, maar ook vee. Een catastrofe was het woord wat we constant hoorden, maar zelfs dat dekt de lading niet. Mensen in tentjes omdat zelfs het huis niet meer overeind stond, camperend op een zwakke dijk, maar in ieder geval hoger dan de ondergelopen gebieden, probeerden ze de tijd door te komen samen met de dieren die ze hadden kunnen redden.

Overal zagen we hondenhokken drijven in het water rond de huizen, kennels stonden tot aan het dak toe onder, en ondertussen probeerde ik het prachtige beeld in gedachten te houden van de hopelijk geredde hond.

Reis nummer 30 had ik anders voorgesteld. Ik had meer willen betekenen voor de mensen en hun dieren.

Op het moment van de reis vond ik het indrukwekkend, maar drong het niet helemaal tot me door. Eenmaal thuis kleven de beelden op mijn netvlies en kan ik het niet meer loslaten uit mijn gedachten. Wat een ellende, na al die jaren keihard opbouwen na de oorlog, zijn deze mensen weer alles kwijt.

We moeten doorgaan om deze mensen te helpen, hun dieren te kunnen verzorgen, ze het gevoel te geven dat ze er niet alleen voor staan. Ik ga proberen de komende dagen het een beetje van me af te schudden, om daarna op een positieve manier weer verder te gaan.

Ik wil iedereen bedanken voor de steun deze afgelopen weken. Want wat een hulp krijgen we, het is overweldigend.

En ik wil speciaal de reizigers, Patrick, Judith, Ingrid en Fianne bedanken voor hun vrije tijd, betrokkenheid en inzet.

Suze

Foto’s van de reis kunt u hier terugvinden